Verzorging van de dieren in een asiel

Contractdierenarts

Het asiel sluit een contract af met een dierenarts.

Taken en frequentie van controlebezoeken

Algemeen

  • De dieren worden minstens 2 keer per dag gecontroleerd.
  • De vacht van de dieren wordt onderhouden en indien nodig getrimd, geknipt of geschoren. De nagels worden regelmatig gecontroleerd en indien nodig geknipt.
  • De nodige maatregelen worden getroffen om agressie onder de dieren te vermijden en om dieren die niet met elkaar kunnen opschieten van elkaar te scheiden.
  • De dieren krijgen een voeding die aangepast is aan hun behoeften. Het voeder wordt gegeven in propere recipiënten en op zo’n manier dat alle dieren van eenzelfde hok gelijktijdig kunnen eten. Drinkbaar water is permanent beschikbaar.
  • Vanaf de leeftijd van 3 weken moeten jonge dieren toegang hebben tot niet-vloeibaar voeder, maar het volledige spenen van de honden gebeurt niet voor de leeftijd van 8 weken, voor katten is dit op 12 weken.
  • Zieke dieren worden afgezonderd, bv. in het afzonderingslokaal.
  • Nieuw binnengekomen dieren staan onder toezicht en worden indien nodig afgezonderd.
  • Hoogdrachtige dieren en vrouwelijke dieren met niet-gespeende jongen moeten beschikken over geschikt nestmateriaal.
  • Strooisel wordt geregeld ververst.
  • Er worden maatregelen getroffen om parasieten en ongedierte te bestrijden.

Honden

  • Het gebit van honden worden geregeld gecontroleerd.
  • Afwijkend gedrag bij honden wordt gemeld aan de contractdierenarts, die de gepaste maatregelen neemt. Elke melding wordt opgenomen in het bezoekrapport. 
  • Honden mogen alleen verhandeld worden als ze een primovaccinatie kregen tegen:

    •  het parvovirus

    • het distempervirus

    • kennelhoest (bordetellose en para-influenza) 

    • hepatitis contagiosa canis

  • Pups moeten over manipuleerbare voorwerpen beschikken. De honden moeten beschikken over bijtvoorwerpen.

  • Honden die geen permanente toegang hebben tot het buitenbeloop, moeten minstens 2u per dag, 5 dagen per week naar buiten gaan. De verantwoordelijke moet dit kunnen aantonen bijvoorbeeld aan de hand van camerabeelden of chipregistratie.

Katten 

  • Katten mogen alleen verhandeld worden als ze een primovaccinatie kregen tegen:
    • panleucopenie

    • rhinotracheïtis 

    • feline leucose
      Wanneer aangetoond kan worden (bv door middel van een SNAP-test) dat een kat reeds drager is van het feliene leucose-virus, is een primovaccinatie hiertegen niet verplicht.

  • Voor katten moeten er klimmateriaal zijn en voorwerpen waaraan ze hun nagels kunnen scherpen, evenals rustplaatsen op meerdere niveaus en een kattenbak met proper strooisel.

Paarden

  • Paarden die voor adoptie worden aangeboden moeten zo goed mogelijk handtam gemaakt worden. Zij moeten de voornaamste handelingen (zoals het aan- en uitdoen van een halster, het meelopen aan een touw en borstelen) aangeleerd krijgen.
  • Paarden worden meermaals per dag gevoederd met voeder dat aangepast is aan hun behoeften. Ze beschikken tenminste 16uur per dag over ruwvoeder.
  • Elk paard moet dagelijks tenminste 1uur toegang hebben  tot een buitenbeloop (uitgezonderd bij extreme weersomstandigheden of wanneer de gezondheid van het dier dit niet toelaat).
  • De tanden en hoeven worden regelmatig gecontroleerd.
  • Stalondeugden moeten worden voorkomen.

Wetgeving

Contacteer ons
Inspectiedienst Dierenwelzijn